In mijn boek in wording Beeldkracht, diepgaande veranderingen bereiken met de kracht van beeld, maak ik onderscheid tussen vijf soorten van slachtoffergedrag. Bij iedere soort van slachtoffergedrag geef ik vervolgens tips aan de coach/therapeut om specifieke interventies toe te passen.

1. Slachtoffers die absoluut geen slachtoffer willen zijn. Die er alles aan doen om te laten zien dat zij sterker zijn dan wat hen is overkomen. Deze slachtoffers negeren vaak hun slachtofferschap en zijn eerder in een vechtmodus. Vaak laten ze weten dat ze slachtoffergedrag afkeuren, waarmee ze bedoelen dat ze passief slachtoffergedrag afkeuren en zichzelf absoluut niet willen identificeren als slachtoffer. Van het feit dat ze door het ontkennen van hun slachtoffer-zijn zelf ook een vorm van slachtoffergedrag vertonen, zijn ze zich niet bewust

2. Slachtoffers die zich identificeren met de dader.
Zij zijn meer bezig met verklaren en verexcuseren van het gedrag van de dader en het beschuldigen van slachtoffers in het algemeen. Onder hen vind je slachtoffers die zeggen zelf de keuze hebben gemaakt voor het slachtofferschap om er iets van te leren.

3. Slachtoffers die zichzelf de schuld geven van hun slachtofferschap.
Zij denken dat hun slachtofferschap te wijten is aan hun eigen verkeerde keuzes of aan hun roekeloosheid (“had ik maar niet”).

4. Slachtoffers die zeggen dat ze de dader hebben vergeven.
In de regel zijn dit slachtoffers die vanuit een spiritueel of moreel perspectief zichzelf boven de situatie en boven de dader en boven hun eigen behoeften als slachtoffer plaatsen. Het vergeven is een poging om een einde te maken aan het slachtofferschap. Als de dader geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn deel en get niet goed heeft gemaakt met het slachtoffer, is het melden van het ‘vergeven hebben’ vaak een signaal van vergaande dissociatie

5. En ten slotte de slachtoffers die dramatiseren, zwelgen in ziektewinst en passief blijven.