Los van overdracht en tegenoverdracht kun je uiteraard ook gewoon geraakt worden door wat er gebeurt in een sessie. Als begeleider hoor je soms de verschrikkelijkste dingen. Ook al ben je wel wat gewend, je kunt er toch zeer door van je stuk gebracht worden. Sommige dingen zijn zo pijnlijk dat je vanzelf met je cliënt meehuilt. Als je dat gevoel probeert te onderdrukken, omdat je vindt dat het niet hoort, ben je waarschijnlijk meer bezig met jezelf dan met de sessie. Als je het ontspannen toelaat, verdwijnt het ook weer snel en houd je de regie over het gesprek.

Je bent een mens en geen machine en je bent geen slechte begeleider als je je geraaktheid aan de cliënt laat merken. Ook kan je tijdens een sessie te maken hebben met ‘overgenomen gevoelens’. Dat kunnen zowel gevoelens van je cliënt zijn als van anderen in haar systeem. Zo kan je bijvoorbeeld kwaad worden over dingen die de cliënt zijn overkomen. Of je plaatsvervangend schamen voor wat de cliënt vertelt over schadelijke dingen die in sessies met collega’s zijn gebeurd. Of krachtige gevoelens ervaren die jouw cliënt juist probeert te onderdrukken.

Dat alles bij elkaar vraagt van je dat je zeer bewust bent van je eigen reacties op je cliënt en een onderscheid kunt maken tussen je eigen reacties en overgenomen gevoelens. Je eigen reacties zal je binnen jezelf moeten processen. Als je denkt dat je te maken hebt met overgenomen gevoelens, kun je dat toetsen door de specifieke gevoelens te benoemen en te kijken hoe je cliënt zich tot die gevoelens verhoudt. Je kunt het met Beeldkracht zichtbaar maken voor je cliënt door bijvoorbeeld een poppetje te laten kiezen voor schaamte of voor woede.