De kracht van het beeld is dat je cliënt zichzelf kan verhouden tot alle onzichtbare processen die zich binnen hem/haar afspeelt, doordat xij het buiten zichzelf ziet.

De gedachten worden tastbaar. De gevoelens komen in beeld. De actie (of het gebrek eraan) krijgt een vorm. Er komt overzicht. Alles wat de cliënt vertelt (of juist weglaat) kan aanleiding zijn om hem/haar een beeld te laten kiezen en zo xijs zelfinzicht te vergroten.

Projectie

Ook als de cliënt bepaalde gevoelens op jou projecteert (behoefte aan toestemming, goedkeuring, waardering of liefde) kun je dat als begeleider meteen in beeld laten brengen zonder te hoeven benoemen dat het om overdracht gaat.

Ontrafelen

Je ontrafelt gevoelens en gedrag en verfijnt de waarneming van het gevoelsleven van je cliënt, zodat xij beter beeld krijgt van zichzelf en effectiever op de verschillende gevoelens kan reageren.

Kindertijd

Uiteraard ontstaan de grootste problemen in het leven doordat je cliënt pijnlijke gevoelens probeert te vermijden. Pijn, het gevoel van afwijzing, angst, en wanhoop zijn gevoelens die je cliënt niet kan hanteren. Daarom volgt op de pijnprikkel onmiddellijk het overlevingsgedrag. Mogelijk neemt de cliënt de pijnprikkel niet eens waar. Dat vermijden doet een cliënt tijdens de sessie dus ook.

Woede

Neem bijvoorbeeld woede. Iemand heeft niet ineens een rood waas voor zijn ogen, daar gaat wat aan vooraf. Eerst ervaart hij/zij gekwetstheid of afkeuring, dan sluit hij/zij zichzelf af. Doordat je cliënt uit contact gaat met xijs eigen gevoel en ‘afwezig’ raakt, kon ooit een ander daardoor nog verder over grenzen gaan. Dan gaat je cliënt toch de strijd aan en pas als die strijd escaleert, komt hij in blinde woede terecht. Pas als het helemaal te ver is gegaan, ontploft je cliënt.

Schaamte

Na afloop schaamt hij/zij zich waarschijnlijk na afloop weer voor zijn/haar gedrag, waardoor je cliënt een volgende keer nog langer zal wachten met het aangeven van een grens. Het aangeven van grenzen ervaart de cliënt als een gecompliceerd proces dat nauwelijks aan te sturen is. Jij kunt de kracht van beeld gebruiken om inzicht en regie te geven.

Fases

Door al die fases in beeld te brengen met verschillende (sprookjes)figuren, leert je cliënt om de afzonderlijke gevoelens zo nauwkeurig mogelijk waar te nemen. Zo ziet je cliënt hoe woede zich ontwikkelt. Welke fasen daarin zijn, wat de eerste reactie op een ‘trigger’ is en wat de tweede en de derde reactie zijn.

Waarschuwingssignalen

Als je cliënt de eerste waarschuwingssignalen dat iemand over zijn/ haar grenzen al gaat ervaren in zichzelf, is dat het begin van ander gedrag. Je cliënt kan er dan voor kiezen om eerst te reageren op de pijn, de angst of de afwijzing in plaats van meteen in het overleefgedrag te schieten. Nadat er is gereageerd op de pijnprikkel, en de cliënt weer ontspannen is, kan hij/ zij vanuit die ontspanning nieuwe en meer effectieve manieren van reageren inzetten om zijn/haar doel te bereiken.

De cliënt die met het gevoel van afwijzing of angst kan omgaan, kan leren om grenzen eerder aan te geven op een duidelijke en vriendelijke manier of zich terugtrekken uit een situatie.

Op de foto: door woede te erkennen en in te zetten als innerlijke kracht, kan de cliënt op een heldere manier grenzen gaan aangeven.